gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

Het thema opnemen in je les

PO

Over het thema opnemen in je les

Op de basisschool krijgen kinderen allerlei stereotype beelden mee van hoe ‘echte jongens’ en ‘echte meisjes’ eruitzien of zich gedragen, en wat een ideale relatie of huwelijk zou zijn. Dit legt een basis voor latere vooroordelen. Door hier vanaf de onderbouw nuancering in aan te brengen, draag je bij aan een prettiger omgang tussen kinderen, en later ook voor de omgang tussen heterojongeren en lhbti+-jongeren. 

Hoe pak je dat aan? 

Het antwoord is afhankelijk van je schooltype, de les die je geeft en jullie curriculum. Je kunt in je les gericht aandacht besteden aan gender- en seksuele diversiteit, of aspecten daarvan juist als bijzaak in plaats van als hoofdzaak aan bod laten komen. Dat werkt normaliserend. Essentieel bij dit alles is veiligheid in de klas en op school.  

Als leerkracht hoef je niet zelf het wiel uit te vinden. Jij faciliteert de les, het gesprek en het creëren van een veilige sfeer. De Gendi-tips helpen je om het thema op een goede, veilige manier te integreren in je les. Meer tips vind je in het artikel dat Rutgers speciaal voor Gendi schreef: Veilig een les geven over gender en seksuele diversiteit. Onder ‘Lesmaterialen’ en ‘Kennis & inspiratie’ vind je bruikbare artikelen, tools en erkende interventies.

Gendi-tips

Hieronder vind je tien tips over hoe je gender- en seksuele diversiteit kunt opnemen in je les.

  • 1. Onderzoek wat jouw leerlingen willen weten en leren.

    Voor zo’n onderzoekje kun je bijvoorbeeld een vragendoos in de klas zetten waar de leerlingen (anoniem) vragen in kunnen stoppen. Daarna kan een open kringgesprek gevoerd worden. Je kunt ook een anoniem vragenuurtje organiseren. Regelmaat is belangrijk, zodat leerlingen zich veilig (gaan) voelen om iets ter sprake te brengen of te vragen. Sluit aan bij de ontwikkeling van je leerlingen: probeer te achterhalen wat ze al weten over de herkenning van eigen emoties, diversiteit, vriendschap, relaties en seksualiteit en ook over seksuele en genderdiversiteit. Heb je een leerling in de klas van wie je weet dat deze lhbti+ is? Informeer eerst óf en hóe deze een les hierover wil ervaren. Forceer niets, er zijn meerdere manieren om bij alle leerlingen aandacht te geven aan deze onderwerpen.

    In goed onderbouwde lesmethodes zit vaak een element waardoor je tegemoetkomt aan de wensen van je leerlingen. Onder de tabjes ‘Lesmaterialen’ en ‘Kennis & inspiratie’ vind je erkende interventies.

  • 2. Bouw de les op, zodat deze aansluit bij de ontwikkeling en kennis van leerlingen.

    Wanneer je weet hoe je leerlingen zich verhouden tot gender- en seksuele diversiteit, kun je beter werken aan een goede opbouw. Als je aansluit bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van je leerlingen hoeven niet steeds alle kanten van de onderwerpen expliciet besproken of herhaald te worden.

    Een goede basis vormen algemene lessen over je emoties leren herkennen (onderbouw) of omgangsvormen en het fijn hebben met elkaar. Daar kan het niet bij blijven omdat je daarmee laat merken dat gender- en seksuele diversiteit niet bespreekbaar zijn. En dat creëert onveiligheid. Wees je tegelijkertijd bewust van de beginsituatie van de leerlingen vanuit hun thuisopvoeding. Die kan nog sterker dan anders van je vragen om eerst op zoek te gaan naar gedeelde waarden. Methoden die uitgaan van respect voor identiteit of diversiteit kunnen hierbij helpen. Onder de tabjes ‘Lesmaterialen’ en ‘Kennis & inspiratie’ vind je tips, tools en erkende interventies die je hiervoor kunt gebruiken.

  • 3. Bereid je voor op de les, met oog voor je eigen vaardigheden en ervaring.

    Een goede relatie met de leerlingen en een veilige sfeer is voorwaarde voor een goed gesprek over een gevoelig onderwerp. Aan het begin van een schooljaar zul je merken dat je andere dingen kunt doen en bespreken dan later in een schooljaar. Maak een bewuste keuze wanneer jij hier les over wilt geven. Je kunt gebruik maken van handige ‘aanhaakmomenten’, zoals Paarse Vrijdag of de Week van de Lentekriebels in maart. Je kunt ook een toepasselijk actueel onderwerp aangrijpen dat de leerlingen bezighoudt.

    Als de sfeer in de klas veilig is, kun je als docent met de juiste methode al heel goed aan de slag. De voorbereiding is belangrijk, zodat je kunt anticiperen op eventuele lastige vragen, hoe je daar mee omgaat en alvast na te denken wat je zelf wel en niet wilt delen.

    • Zoek naar erkende lesmethoden waarin concrete handvatten staan voor hoe je het kunt aanpakken. Bij lesmaterialen en inspiratie vind je tips, tools en erkende interventies die je hiervoor kunt gebruiken.
    • Houd de voorlichting informatief en maak het niet te bijzonder.
    • Leg uit dat iedereen gelijk is en gelijk wordt behandeld.
    • Zorg voor een leeslijst van boeken met thema’s rond seksualiteit en seksuele diversiteit.
    • Houd elke les relatief kort.
    • Kies er bewust voor om al dan niet lhbti+-voorlichters uit te nodigen voor een gastles, in aanvulling op je eigen les (zie hiervoor tip 10).
    • Wees als leerkracht altijd aanwezig bij een gastles.
    • Bepaal het startpunt (gezien verschillen in culturele achtergrond, leeftijd en onderwijsniveau).
    • Stel de doelen niet te hoog.
    • Zorg voor herkenning; laat leerlingen eventueel eigen ervaringen vertellen.
    • Werk in kleine groepen.
    • Laat de leerlingen anoniem hun vragen stellen.
    • Houd het licht, maak het niet te zwaar. Bijvoorbeeld door het gebruik van humor.
    • Integreer de onderwerpen van gender- en seksuele diversiteit binnen een leerlijn van bredere thema’s als vriendschap, relaties en eigen keuzes maken.
  • 4. Bereid het gesprek voor dat tijdens de les kan ontstaan.

    Voorbereiding is het halve werk. Bedenk daarom vooraf antwoorden op vragen als:

    • Wat zouden deze onderwerpen bij déze leerlingen oproepen?
    • Hoe is de groepsdynamiek in deze klas bij gevoelige onderwerpen?
    • Hoe zien deze leerlingen mij met betrekking tot deze onderwerpen?
    • Wat heb ik zelf nog extra nodig?

    Bedenk welk type gesprek je wilt voeren en welke docentrol(len) je hierbij wilt spelen.

  • 5. Richt je op het bevorderen van empathie

    Lessen die empathie en het verminderen van vooroordelen bevorderen, werken het best. Bij het jonge kind is het belangrijk je te richten op diens eigen primaire emoties en het herkennen daarvan. Deze kinderen maken op deze manier een opstap naar het tonen van empathie en het herkennen van emoties van een ander, omdat ze (kunnen) denken dat anderen dezelfde emoties hebben. Toch is bekend dat kinderen zich al vanaf 4-5 jaar kunnen verplaatsen in een ander. Dit gaat steeds gemakkelijker en beter naarmate ze ouder worden Zie hiervoor: https://www.kis.nl/sites/default/files/opgroeien_zonder_vooroordelen-def.pdf [Pagina 21 en 26]. en zich beter kunnen verplaatsen in een ander. Dan werkt een les die specifiek gericht is op de bevordering van empathie beter dan één die gaat over kennis of correctie van vooroordelen.

  • 6. Verminder vooroordelen

    Ook lessen over het verminderen van vooroordelen werken. Denkbeeldig contact is een geschikte methode, waarbij leerlingen zich kunnen indenken dat ze een kind ontmoeten die anders is dan zij. Ook dit kan al in de onderbouwBron: website Gezonde Kinderopvang.. Geschikte vormen daarvoor zijn het vertellen van een eigen verhaal, het tonen van een video of filmfragment, het bekijken van een theatervoorstelling of het bekijken, lezen of laten voorlezen van boeken met een lhbti+-karakter. Je kunt ook denken aan een lhbti+-gastles. Zie hiervoor tip 10.

  • 7. Bevorder je impact met een doorlopende leerlijn.

    Één les is al goed. Maar veel meer effect heeft een doorlopende leerlijn. Verschillende momenten op de dag – en ieder vakWat voorbeelden:
    Bij wereldoriëntatie kan het onderwerp behandeld worden in het kader van diverse leefstijlen en verschillende groepen in de samenleving.
    Bij geschiedenis kun je het met elkaar hebben over dat je vroeger eigenlijk alleen maar hoorde van mannen die ‘ridders’ waren en vochten in de oorlog, maar hoe zat dat echt? En is dat nog steeds zo? Je kunt hierbij kijken naar het leger van nu, en bijvoorbeeld naar vrouwen die vroeger verkleed als man meestreden.
    Bij natuur en techniek kun je praten over verschillen in verliefdheid en dat voortplanting niet per se nodig is als doel van de liefde.
    Bij vakken als beeldende vorming en tekenen kun je de volgende opdracht doen: observeer elkaar en tekenen elkaar na. Hierna voer je een gesprek in de klas over de tekeningen: heb je iemand nu ‘helemaal’ kunnen tekenen? Alleen de buitenkant, maar kun je ook aan de buitenkant zien hoe iemand zich van binnen voelt? Waaraan kun je dit wel of niet zien? Dit zou kunnen leiden tot een gesprek over bijv. Het verschil tussen geslacht en genderidentiteit en seksuele oriëntatie.
    – kunnen directe aanleiding geven tot een les over gender- en seksuele diversiteit.

    Door het onderwerp op verschillende momenten en op verschillende manieren aan te kaarten, blijven de lessen beter hangen bij leerlingen. Bovendien hangen de onderwerpen samen met een web van waarden en normen, waar je alleen tijdens de schooljaren van leerlingen aan kunt werken. Daarvoor is het belangrijk te weten aan welke doelen je met de leerlingen wil werken.

    Ben je op zoek naar erkende interventies die je kunt inzetten tijdens je les? Kijk dan onder het tabje ‘Lesmaterialen’.

  • 8. Informeer de ouders over de lessen en de visie omtrent dit thema.

    Informeer ouders over lessen die je geeft over maatschappelijk gevoelig liggende onderwerpen, zoals gender- en seksuele diversiteit. Het is belangrijk om hen goed op de hoogte te houden, hen het beleid en de visie van de school kenbaar te maken, te informeren over de inhoud van de lessen en eventueel ook informatie te geven over dit thema. Soms zullen ouders het niet eens zijn met het beleid of de visie van de school. Onthoud hierbij dat de ouders de school kiezen met een visie die past bij hun waarden. Het hebben van een gedragen visieLees meer over het belang van de visie van de school: https://www.schoolenveiligheid.nl/kennisbank/ouders-als-partners-in-schoolveiligheid/ als school kan helpen bij het in gesprek gaan met ouders hierover. Het werkt het beste als respect voor gender- en seksuele diversiteit is ingebed in de visie en waarden van de school.

  • 9. Ga bewust om met stereotyperende situaties in je lesmethodes.

    Haak er eens op in als je in je lesmethode stereotyperende situaties ziet. Voorbeelden van vader en moeder, man-vrouw huwelijken of mannen die bouwvakker zijn en vrouwen die het huishouden doen. Dit kun je gemakkelijk omzeilen door er variatie in aan te brengen. Vandaag gebruik je een man-vrouw huwelijk in de les als voorbeeld, maar volgende week twee mannen die een kind adopteren.

    Een concrete aanleiding kan een passage zijn in je vaste lesmethode. Veel methodes gaan alleen over het reflecteren op diversiteit en uitwisselen van meningen. Dat is niet voldoende voor het werken aan een positieve houding (laat staan het bevorderen van pro-sociaal gedrag). Een goede les gaat verder dan bespreekbaarheid en geeft expliciet aandacht aan het nuanceren van man/vrouw-rollen en stereotypen.

    Onder de tabjes ‘Lesmaterialen’ en ‘Kennis & inspiratie’ vind je tips, tools en erkende interventies die je kunt gebruiken.

  • 10. Ga bewust om met een gastles.

    Gastlessen kunnen erg waardevol zijn, bijvoorbeeld als er een ervaringsdeskundige aan het woord is. Zo iemand zorgt voor representatie van lhbti+-personen en vergroot de beeldvorming van leerlingen. Wel is het goed om het niet bij die ene gastles te houden. Werk er naartoe en praat erover na. Bouw er een project omheen, geef voorbereidende lessen, en/of bouw de gastles uit tot een reeks van op elkaar aansluitende gastlessen. Advies is dan ook om als leraar zelf bij de gastles aanwezig te zijn. Zo weet je wat er behandeld is, en kun je er bij situaties waar nodig op teruggrijpen.

Lesmaterialen

In onderstaand overzicht vind je als po-leraar een overzicht van lesmaterialen die je kunt gebruiken om het thema tot onderdeel van je les te maken.

Aan de slag kalender

pothemadagentips

De ‘Aan de slag kalender’ van Gendi maakt het makkelijk om momenten te vinden waarop je aandacht kunt geven aan gender- en seksuele diversiteit op de basisschool.

Kletskaartjes ‘Jongens t/m meiden’

polesmateriaal

2021 | Praten op een laagdrempelige en leuke manier over gender- en seksuele diversiteit? Dat kan! Met de ‘Kletskaartjes’ voer je leuke gesprekjes met je klas.

Poëzie & gedichtjes in de klas

polesmateriaal

Doe je iets met gedichten of poëzie in de klas? Dan kun je ook eens een gedicht gebruiken dat te maken heeft met (seksuele) diversiteit of met jezelf-kunnen-zijn.

Kennis & inspiratie

In onderstaand overzicht vind je als po-leraar kennis & inspiratie over de manier waarop je het thema tot onderdeel van je les kunt maken.

Lesgeven in relaties & seksualiteit

po/votipslesgeven

Wil je tijdens de les seksuele vorming op een goede manier omgaan met het onderwerp seksuele diversiteit? Bekijk dan de tips op de website Seksuelevorming.nl van Rutgers. 

Het thema Familie: Abel & Mark trouwen

popraktijkvoorbeeld

Good practice Kerndoel 38. In 2016 was het thema van de Kinderboekenweek ‘opa en oma’. Om hier bij aan te sluiten, besloot de school van juf Saskia om in de kleutergroepen met het thema ‘familie’ te werken.

Moederdag

popraktijkvoorbeeld

2017 | Hoe vier je Moederdag in roze gezinnen? Soms vinden scholen het ingewikkeld. De oplossing is vaak simpel en kinderen vinden het meestal doodnormaal. Bekijk de tips.

Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.