gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

po/voonderzoek

2017 | Adjunct-schooldirecteur Boersma schrijft in een opinieartikel het Nederlands Dagblad dat het effect van homoseksuele gastsprekers wel degelijk effectief is. Dit deed ze in reactie op het rapport over seksuele vorming van Nationaal Rapporteur Dettmeijer. Het artikel is hier (met toestemming) integraal overgenomen.

Weinig onderzoek seksuele vorming

Basisscholen en de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo) zijn – sinds 2012 – verplicht hun leerlingen les te geven over seksualiteit en de diversiteit die daarin bestaat. Maar ze moeten het doen met lesmethoden waarvan we niet weten of ze effectief zijn. Dat stelt de Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer (ND 29 juni).

Er is inderdaad vrijwel geen onderzoek gedaan naar lesmethoden over seksuele vorming, intimidatie en geweld. Daar is nog een wereld te winnen.

Onderzoek naar ‘Homo in de klas’

Een ander verhaal is het als het gaat om seksuele diversiteit. Inmiddels ken ik als leidinggevende binnen het gereformeerd voortgezet onderwijs de lessen ‘Homo in de klas’ bijna tien jaar van dichtbij. Zijn die lessen verspilling van tijd, geld en moeite? En werken ze mogelijk zelfs averechts, zoals Corinne Dettmeijer vreest?

In 2013 heb ik de effectiviteit van de lesmethode ‘Homo in de klas’ onderzocht op een school, onder leerlingen uit vier opeenvolgende leerjaren. Sinds 2015 doe ik een uitgebreider wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van deze lesmethode onder ruim negenhonderd leerlingen op de vier scholen voor gereformeerd voortgezet onderwijs.

Kerndoel 43: respect

De overheid geeft in kerndoelen alleen het kader aan voor de aandacht voor seksuele diversiteit. Een school mag zelf weten hoe deze burgerschapslessen vormgegeven worden. De praktijk kan dus per school verschillen. Bij kerndoel 43 staat het woord respect centraal: respect voor anderen als het gaat om seksualiteit en (verschillen in) seksuele beleving. Dat doel past prima bij een uitgesproken christelijke levensovertuiging.

Effect, vooral bij jongens

En wat blijkt? De lessen ‘Homo in de klas’ in de derde klas havo/vwo hebben effect. Vooral bij de jongens.

Deze uitspraak doe ik op basis van beide onderzoeken. De leerlingen die in de eerste les in de Bijbel teksten opzochten, zijn in de tweede les allemaal diep onder de indruk bij het verhaal dat ze dan horen van de gastspreker: een homo die christen is. Hij vertelt hoe het was om te merken dat je niet op meisjes maar op jongens valt, en om dat dan te vertellen aan je ouders en aan anderen in je omgeving.

Ineens krijgt seksuele diversiteit een gezicht

Voor de helft van de leerlingen is het de eerste keer dat ze zo’n persoonlijk verhaal horen. Ineens krijgt seksuele diversiteit een naam en een gezicht en realiseren ze zich dat het moeilijk is als je seksuele voorkeur anders is dan die van de meeste mensen. Dat je niet zielig bent, maar soms wel eenzaam.

Controlegroepen: geen effect

Ze beseffen dat het beeld dat ze eerder meestal hadden van homo’s, tekortschiet in respect. En dus ook dat ze hun houding moeten veranderen. Dat naastenliefde begint bij het besef wie je naaste is. Door controlegroepen in te zetten – die de lessen niet kregen – kon vastgesteld worden dat dit effect alleen toe te schrijven is aan het krijgen van de lessen.

Wellicht ten overvloede: een en ander wordt bevestigd door veel gesprekken met leerlingen, docenten en ontwikkelaars van lesmethoden.

Over de auteur

Henriëtte Boersma is adjunct-directeur vwo-delta op scholengemeenschap Greijdanus in Zwolle. Eerder was ze vertrouwenspersoon en teamleider op het Guido de Brés in Amersfoort, eveneens een gereformeerde vo-school. Tevens is zij onderzoeker en doet onderzoek naar de effectiviteit van de gastlessen van het christelijke programma ‘Homo in de Klas’. Het Nederlands Dagblad publiceerde 5 juli 2017 opinie-artikel ‘Van lessen over seksuele diversiteit leer je naastenliefde’ – een reactie op het rapport Dettmeijer.


Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.