gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

Een (lhbti+)leerling ondersteunen

MBO

Een (lhbti+)student ondersteunen in het mbo

Ik wil dat elke student zich gezien en gehoord voelt. Als docent vind je dit natuurlijk belangrijk. Maar hoe geef je daar in de praktijk invulling aan? Hoe ga je er bijvoorbeeld mee om wanneer een student vanwege een conservatief religieuze achtergrond worstelt met zijn seksuele voorkeur? Hoe pik je de signalen op alslhbti+-studenten hinder ondervinden van pesten, intimidatie en agressie 

Het is voor studenten van belang dat zij ervaren dat ze steun kunnen ontvangen. Dat vermindert het gevoel van minderheidsstressMinderheidsstress: is de extra stress die mensen ervaren vanwege hun minderheidsstatus. Lhbti+-personen die veel minderheidsstress ervaren hebben een slechtere psychische gezondheid. Bron: Website MovisieAls je dat als docent laat zien, verlaag je voor de student de drempel om in gesprek te gaan. Hoe doe je dat, jezelf zo laten zien? En hoe kom je tot zo’n gesprek?  

Gendi-tips

  • 1. Laat zien dat je toegankelijk bent voor vragen over gender- en seksuele diversiteit

    De meeste lhbti+-studenten hebben in het mbo hun zelfontdekking achter de rug. Velen komen ook voor hun genderidentiteit en seksuele oriëntatie uit, zeker wanneer ze een opleiding volgen met veel lhbti+-studenten of wanneer ze weerbaar zijn. Maar dat geldt lang niet voor iedereen. Lhbti+-studenten met bijvoorbeeld een conservatieve christelijke, islamitische of hindoe achtergrond kunnen het moeilijk hebben met hun genderidentiteit of seksuele oriëntatie en soms kiezen voor een dubbelleven (bijvoorbeeld: open naar vrienden, op school of tijdens stage in de kast). Dat kan ook het geval zijn bij studenten die minder weerbaar zijn en zich op hun opleiding niet veilig voelen.

    Als docent of mentor kun je laten zien dat je open staat voor vragen over gender- en seksuele diversiteit, bijvoorbeeld door posters op te hangen, uitnodigingen te plaatsen op intranet (in de schoolgids) en het onderwerp te benoemen bij je voorlichting aan de klassen. Ook door terloopse opmerkingen tijdens een les weten studenten dat het onderwerp op jouw radar staat.

    Wanneer je het moeilijk vindt om hierover te praten is het belangrijk om je eigen grens aan te geven, maar tegelijkertijd je student te ondersteunen: Ik heb niet voldoende tijd om… / op school is de afspraak dat… / over dit onderwerp kun je praten met… / ik praat niet makkelijk over persoonlijke dingen, maar ik kan je begeleiden naar….

    Zie voor meer informatie over het delen van verhalen de Gendi-tips over Een veilig klassengesprek voeren.

  • 2. Sluit aan bij de belevingswereld van je studenten

    Hoe ervaren je studenten hun eigen gender- en seksuele ontwikkeling? Het allerbelangrijkste is: Neem hun eigen woorden en zinnen als uitgangspunt. Zoek aansluiting bij hun belevingswereld, wees geïnteresseerd in wat hen bezig houdt als het gaat om relaties en gender.

    De vergissing is gemakkelijk gemaakt om tegen je studenten te zeggen dat diversiteit geen probleem is, omdat je zelf vindt dat het geen probleem mag zijn. Maar studenten zoeken ook de veiligheid van hun eigen groep. Zelfs in een accepterende omgeving kan het alsnog lastig zijn om ‘af te wijken’. Bovendien worden lhbti+-jongeren niet in een lhbti+-gemeenschap geboren, hun gender- en/of seksuele identiteit is niet meteen zichtbaar, ze hebben altijd de taak zich te emanciperen. Regelmatig kunnen ze zich afvragen of ze wel geaccepteerdEen voorbeeld hiervan lees je in het boek ‘Confettiregen’ van Splinter Chabot. worden. Erken de mogelijkheid van die worsteling.

  • 3. Luister zonder oordeel en wees voorzichtig met advies

    Leg voor jezelf de nadruk op luisteren. Stel vragen als: ‘Hoe is … voor je?’, ‘Hoe ga je om met …?’ Wanneer je luistert zonder oordeel, laat je zien dat je je student respecteert. Ook wanneer diegene niet over persoonlijke dingen wil praten. Geef de student de ruimte om met iemand anders te praten.

    Wees voorzichtig met adviezen. Als je als student onzeker bent, kunnen adviezen overkomen als verwijt, dwang of oordeel. Laat de regie bij de student. Vraag naar oplossingen die de student zelf aandraagt: Wat zou je kunnen/willen doen? En wat kan ik daaraan bijdragen? Als dat moeilijk is, analyseer dan de situatie en geef verschillende mogelijke oplossingen in overweging. Wanneer dit niet goed valt, kun je besluiten om vooral begrip te tonen en de student emotioneel te ondersteunen.

  • 4. Neem een student voor persoonlijke vragen apart, anders kan het onveilig voelen

    Zeg wat je voelt, laat merken dat je het belangrijk vindt dat de student zich goed voelt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld zeggen dat je je zorgen maakt.

    Je kunt een student apart spreken als diegene met een vraag naar jou toekomt, maar je kunt ook zelf momenten kiezen om je studenten apart te spreken. Bijvoorbeeld als startgesprek bij de start van het schooljaar, een tussentijds gesprek in het kader van een evaluatie of een eindgesprek aan het einde van het jaar. Natuurlijk kun je een student ook altijd apart nemen als je zorgen hebt of naar aanleiding van een incident. Het is belangrijk om goed te luisteren naar de student, zonder oordeel. Meer informatie hierover vind je bij tip 3.

  • 5. Begin zo nodig indirect over gender- en seksuele diversiteit

    Als je de indruk hebt dat een student over gender- en seksuele diversiteit wil praten, maar dit nog niet op zichzelf wil betrekken, geef dan aan dat je er bekend mee bent en bereid bent om hierover te praten. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb wel eens een student meegemaakt die lesbisch is en die iets vergelijkbaars meemaakte…’.

  • 6. Laat het aan de student wanneer en hoe deze uit de kast komt

    Sommige identiteitskenmerken zijn direct zichtbaar, zoals huidskleur en soms ook religie. Voor veel identiteitskenmerken geldt dat niet, ook niet voor genderidentiteit en/of seksuele oriëntatie. Dat maakt dat lhbti+-studenten zullen willen aftasten of de sfeer veilig genoeg is om erover te praten of hun voorkeur te uiten.

    Mocht een student tijdens de les (voor het eerst of opnieuw) uit de kast komen, of vertellen over bijvoorbeeld intersekse, geef dan zorgvuldig aandacht aan diens ervaringen. Persoonlijke verhalen maken de sfeer veiliger. Iemand leren kennen maakt het lastig om zo’n persoon platweg te veroordelen en is één van de beste manieren om stereotype beelden bij leeftijdsgenoten te verminderen.

    Toon respect voor het moment en de manier van coming-out of transitie van je student.

    Een coming-out is nooit een doel op zich. Het is dus ook niet iets waar je als docent op aanstuurt (onder het mom van: dat kan hier toch gewoon). Belangrijker is dat je als student oké bent/wordt met wie je bent. Dat studenten voor zichzelf bepalen hoe hun leven eruit ziet is veel belangrijker dan dat zij tegen de wereld zeggen hoe hun seksualiteit en gender eruit zien.

    Soms besluit een student een andere naam te gaan gebruiken. Of iemand wil met een ander geslacht of als non-binair benaderd worden. Overleg dan met deze student hoe dit kan worden geïntroduceerd in de groep.

    Let wel: lhbti+-studenten hebben voortdurend te maken met momenten waarop zij moeten kiezen of ze naar medestudenten of docenten voor hun genderidentiteit of seksuele voorkeur uitkomen of niet. Dat kan een individuele worsteling zijn, ook als de omgeving accepterend is. Des te belangrijker is een houding van onvoorwaardelijke acceptatie en niet problematiseren.

  • 7. Weet waar & hoe studenten extra ondersteuning kunnen krijgen

    Vraag of je student behoefte heeft aan tips voor hulp. Of stel voor samen hulp te zoeken. Vraag bijvoorbeeld eens wie (of wat) de student mogelijk tot steun kan zijn.

    Toon interesse hoe je tot steun kan zijn in relatie tot de thuisomgeving

    Soms ervaren jongeren de schoolomgeving als veiliger dan thuis om zichzelf te kunnen zijn. Voor je student kan dit het moment zijn om in de context van de school een andere ontwikkeling te volgen dan waarmee men thuis voor de dag kan komen. Extra zwaar is het voor je studenten wanneer ze zowel thuis als op school onveiligheid ervaren.

    Belangrijker dan het zoeken naar allerlei oorzaken, is het om goed naar je student te luisteren en door te vragen welke steun diegene van jou nodig heeft. Je hoeft geen individueel, bewust en diepgravend onderzoek te doen; hierdoor kan de student juist dichtklappen. Kleine hints waaraan de student merkt dat hij bij jou terecht kan, kunnen een grote steun zijn. Bijvoorbeeld een knipoog, een knikje of een hand op de schouder. Houd hierbij goed de grenzen van de student in de gaten.

    Toon interesse in welke steun de student heeft van vrienden

    Lhbti+-studenten vormen minder gemakkelijk groepen dan bijvoorbeeld studenten met eenzelfde culturele achtergrond, gender of sociaalgeografische herkomst, omdat ze minder zichtbaar zijn. Soms zijn ze uit de kast bij één of meer goede of intieme vrienden. Dat betekent veel voor hen. Nog meer steun in hun ontwikkeling en een gevoel van veiligheid biedt het hen wanneer ze op school een groep van gelijkgestemden vinden, zoals een Gender & Sexuality Alliance (GSA).

    Wees op de hoogte van de zorgroute binnen de opleiding

    Bespreek individuele vragen van studenten alleen met hun toestemming. Zorg dat je helder hebt waar studenten met welke begeleidingsvragen terecht kunnen. Soms kan dat het bureau voor studentenzorg zijn. School & Veiligheid adviseert de vertrouwenspersoon als degene die studenten kan doorverwijzen naar andere personen binnen de school voor verdere zorg.

    Op Gendi vind je een overzicht van organisaties die zich op allerlei manieren bezighouden met lhbti+ en waar je als schoolmedewerker mogelijk ook informatie of hulp kunt vinden. Deze organisaties weten bijvoorbeeld welke zorgverleners sensitief zijn voor lhbti+-specifieke achtergronden en welke lhbti+-groepen er zijn. Zie ook de e-learning van Movisie voor zorgprofessionals.

  • 8. Probeer op de hoogte te blijven van de specifieke zorgen van lhbti+-studenten

    Soms maken jongeren vragen of twijfels over zichzelf via een omweg kenbaar (ook als ze al openlijk voor hun gender en seksuele oriëntatie uitkomen). Bijvoorbeeld door er om heen te draaien of door een vriend of vriendin als casus op te voeren. Geef hen die ruimte. Je hoeft zelf het onderwerp niet te verhullen, je kunt wel geïnteresseerde vragen stellen, maar zonder verborgen agenda of oordeel. Het gaat erom dat de student ervaart je te kunnen vertrouwen en diens eigen tijd te kunnen bepalen. Voor zorgprofessionals, ook binnen de school, is een e-learning ontwikkeld die je helpt bij het vaardig worden met het stellen van goede vragen. Heb je vertrouwen opgebouwd, dan zou je in een 1-op-1 gesprek eens kunnen vragen tot wie de student zich aangetrokken.

    Ben je zorgprofessional binnen de opleiding, dan kun je meer kennis hebben van wat er onder studenten speelt. Er kunnen signalen bij je binnenkomen over stress bij lhbti+-studenten of over onveilige situaties waarin ze zijn terechtgekomen. Met die kennis kun je iets doen om de sociale veiligheid op school te verbeteren. Samen met cijfers uit de monitoring van de veiligheidsbeleving zijn ze aanleiding om met het management of team te overleggen hoe het beleid kan worden aangepast. Bespreek – indien nodig – intern met de mentor, zorgcoördinator, studentbegeleider of vertrouwenspersoonwat er onder studenten speelt.

    Voor iedere docent is het waarnemen van signalen van (ernstige) onveiligheid, zoals pesten, agressie, geweld en intimidatie een belangrijk punt van aandacht. Deze signalen kunnen verschillende achtergronden hebben. Het is belangrijk dat je beseft dat ze óók gerelateerd kunnen zijn aan gender niet-conform gedrag, onzekerheid over de seksuele voorkeur of een openlijke homoseksuele voorkeur, omdat je dit soort situaties dan kunt opmerken.

    Wanneer je een onveilige situatie opmerkt, is de mentor vaak de eerste bij wie je dit aankaart. Andere ‘loketten’ met wie je kunt bespreken wat er onder studenten speelt zijn het bureau voor studentenzorg en de vertrouwenspersoon, afhankelijk van hoe dit op je opleiding is georganiseerd.

  • 9. Bereid als mentor indien nodig met de BPV-begeleider een veilige stage voor

    Lhbti+-studenten kunnen opzien tegen een coming-out op hun stageplek. Dat kan goed functioneren in de weg zitten. Maar ze kunnen het lastig vinden om dit met jou als mentor op BPV-begeleider te bespreken. Daarom de volgende extra tips:

    • Benadruk dat de student niet verplicht is tot een coming-out op de stageplek.
    • Bespreek met de student of deze een coming-out begeleider prettig zou vinden.
    • Bespreek met de BPV-begeleider wie bereid en kundig is om een coming-out te begeleiden. Begeleiding houdt in dat de student zowel het initiatief neemt als het verloop bepaalt. De begeleider verkent steeds samen met de student welke stappen het beste gezet kunnen worden en door wie.
    • Informeer studenten wie de coming-out wil begeleiden en hoe zij zich daarvoor kunnen melden.
    • Verken met de student die zich meldt, of, hoe en voor wie deze uit wil komen voor diens gender- en seksuele identiteit. Voor de collega’s van het leerbedrijf: Welke hulp heeft de student in dat geval nodig? Voor de cliënten van het bedrijf: Hoe kunnen collega’s daarbij helpen?
    • Ga vooraf na of binnen het leerbedrijf afspraken zijn over respectvol gedrag, zowel onder het personeel als voor de cliënten van het bedrijf. Daar kan de student op teruggrijpen.
    • Plan aan de hand van het bovenstaande met de student de coming-out.
    • Is het de eerste keer dat de student ervoor uitkomt (is de student nog niet voor medestudenten, vrienden of familie uit de kast gekomen)? Problematiseer dat niet, een coming-out is niet verplicht. Bespreek of de student ook voor hen ervoor uit wil komen. Bespreek eventueel hoe deze kan omgaan met bijvoorbeeld opmerkingen van teleurstelling (‘Waarom heb je me het niet eerder verteld?’). Benadruk dat je beschikbaar bent als mogelijke brug tussen de student en medestudenten, bijvoorbeeld bij het verbreken van vriendschap of niet meer willen samenwerken.
    • Voor veel bi-culturele studenten is coming-out in vrienden- en familiekring moeilijk, soms gevaarlijk of een cultureel non-issue. In dit geval geldt nog meer: forceer noch problematiseer een coming-out. Belangrijk is dat je als begeleider neutrale stevigheid uitstraalt. Lees in deze handreiking alles over goede begeleiding en doorverwijzing voor bi-culturele lhbti+-personen.

Lesmaterialen

Coming In

po/vo/mboe-learning

In deze e-learning van Movisie leer je effectiever en sensitiever hulp te verlenen aan biculturele LHBT’s. Je leert over do’s en dont’s, oefent met praktisch casussen en krijgt achtergrondinformatie.

Ondersteuning transgender leerlingen

po/vo/mbo

Een aantal organisaties geeft ondersteuning aan de scholen van trans leerlingen. Een gastles of deskundigheidsbevordering van het team kan daar onderdeel van zijn.

Kennis & inspiratie

Een veilige school voor trans leerlingen

po/vo/mboverdieping

Heb je een leerling in de klas waarvan je weet dat deze transgender is, of gaat het gesprek over gender en transgender? Onderstaande tips helpen om het veilig te houden.

E-learning over ondersteuning kwetsbare lhbti-leerlingen

handreikingvo/mbo

2020 | De e-learning ‘Weet jij hoe het echt gaat met je leerlingen’ maakt je sensitiever over de onzekerheden van vo- en mbo-leerlingen op het gebied van genderidentiteit en seksuele oriëntatie. De tool is onder meer gericht op suïcidepreventie en is gratis te volgen via de Movisie Academie.

Hoe ondersteun je jongeren met lhbti+ gevoelens?

handreikingvo/mbo

2016 | Het hoeft voor jou als leerkracht niet moeilijk te zijn om aandacht te hebben voor lhbti+-leerlingen. In de flyer van Movisie staan handige tips om deze kwetsbare jongeren te ondersteunen.

Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.