gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

po/vo/mboverdieping

Lhbt+-leerlingen ervaren relatief vaker intimidatie, pestgedrag, agressie, geweld en discriminatie dan hun leeftijdsgenoten. Toch komen er bij de vertrouwenspersonen in het onderwijs nauwelijks meldingen hierover binnen. Hoe komt dat? En hoe zorgen we dat lhbt+-leerlingen de weg vinden naar een vertrouwenspersoon?

Auteur: Giti Ban, beleidsadviseur School & Veiligheid en trainer vertrouwenspersonen & Marinus Schouten, beleidsadviseur seksuele integriteit bij School & Veiligheid.

 

De vertrouwenspersoon

Voor leerlingen die onveiligheid ervaren of klachten hebben over ongewenst gedrag op school, is er de vertrouwenspersoon. De basisregel is dat de vertrouwenspersoon de klagers opvangt, naar hen luistert en in de klachtenprocedure begeleidt. Dat lhbt+-leerlingen zich niet bij de vertrouwenspersoon melden, hoeft niet te betekenen dat er geen klachten zijn.

Uit de Veiligheidsmonitor (2021) blijkt dat leerlingen vaker gepest worden vanwege hun uiterlijk (45%) en minder vaak vanwege hun gedrag (35%) dan in 2018. In dertien à vijftien procent is het pesten geslachts- of lhbt gerelateerd. 7% werd gepest vanwege transgender zijn. (Factsheet Pesten vo, Ministerie van OCW, 2021)

Cijfers

In 2019 publiceerde het SCP een rapport over ervaren discriminatie in Nederland. Daaruit bleek dat lhb-leerlingen en -studenten in het onderwijs meer discriminatie ervaren dan heteroseksuele leeftijdsgenoten (54% ten opzichte van 27%). Tegelijk maken zij mogelijk maar 5% uit van de totale leerlingen- en studentenpopulatie.

Uit een (niet onderwijs gerelateerd) onderzoek van CBS bleken homo- of biseksuele jongeren in 2018 ruim twee keer zo vaak als heteroseksuele jongeren te maken te krijgen met online incidenten. De helft deed hiervan geen melding of aangifte.

Uitgaande van deze cijfers kunnen we aannemen dat lhbt+-leerlingen wel gepest en gediscrimineerd worden naar aanleiding van hun seksuele geaardheid, maar dat het (nog) niet vanzelfsprekend is om hiermee naar de vertrouwenspersoon te stappen. Redenen kunnen zijn:

  • Dat leerlingen binnen of buiten de school iemand anders in vertrouwen nemen, denk bijvoorbeeld aan de mentor of een ouder of vriend(in).
  • Dat ze het aan niemand vertellen omdat ze zich te onveilig voelen om erover te praten.
  • Dat ze niet op de hoogte zijn van het bestaan van de vertrouwenspersoon/een aanspreekpunt pesten.

Uit cijfers van de de Veiligheidsmonitor van 2021 blijkt dat een vijfde deel van de leerlingen die gepest zijn, dit niet heeft gemeld bij school, ouder of politie. Dat is een toename ten opzichte van 2018. Een kwart van de leerlingen durfde het niet te melden en negen procent wist niet bij wie hij of zij daarvoor terecht kon.

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen concludeerde dat gevoel van onveiligheid een reden was waarom gepeste lhbt+ leerlingen het ongewenst gedrag niet melden.

“Uit ons onderzoek bleek dat LHBT-jongeren vaker gepest werden door schoolpersoneel, zoals door leerkrachten of andere medewerkers (…) LHBT-jongeren in dit onderzoek voelden zich ook onveiliger om melding te doen van deze ervaringen.” (Bron: Leerkrachten pesten ook: ervaringen van lhbt jongeren op school. Kaufman, Braams, RUG 2021)

Wees zichtbaar

Bereikbaar zijn begint bij zichtbaar zijn. Helaas krijgen veel vertrouwenspersonen niet de tijd en de ruimte om hun zichtbaarheid te vergroten. Het is dan ook zinvol om je af te vragen wat er precies van jou binnen de school wordt verwacht. Is het een ‘papieren functie’ of verwacht de school dat je bijdraagt aan een veiligere school? En hoeveel uren wil de school daarvoor binnen de formatie vrijmaken? Dit zijn factoren waarop je als vertrouwenspersoon misschien niet direct invloed kan uitoefenen, maar indirect wel door bijvoorbeeld:

  • (on)veiligheid van lhbt+ te agenderen;
  • verantwoording af te leggen over je werkzaamheden;
  • adviserend op te treden bij onveilige situaties;
  • op signalen te letten van onveiligheid voor lhbt+-leerlingen.

Om de vertrouwenspersoon meer ruimte te bieden en een spilfunctie te geven bij een effectieve probleemaanpak binnen de school, heeft School & Veiligheid voor schoolbesturen en directies een leidraad geschreven. Deze leidraad is bedoeld om te ondersteunen bij het opzetten van goed vertrouwenswerk.

Geef voorlichting

Om ook specifiek voor lhbt+-leerlingen zichtbaarder te kunnen zijn, kun je in de voorlichting aan klassen expliciet benoemen dat leerlingen ook bij intimidatie, pestgedrag, agressie, geweld en discriminatie vanwege genderidentiteit, genderexpressie of seksuele voorkeur bij je terecht kunnen. Daarbij zijn twee dingen belangrijk:

  1. Wees authentiek in je voorlichting. Een authentieke boodschap komt betrouwbaarder over dan ingestudeerde zinnen en is dus doeltreffender. In je rol als vertrouwenspersoon geef je geen inhoudelijke voorlichting over gender- en seksuele diversiteit. Wel over het feit dat als gender- en seksuele identiteit de oorzaak is dat een leerling zich gepest, gediscrimineerd of onveilig voelt, jij daarvoor het aanspreekpunt bent.
  2. Benadruk dat het gevoel of klacht waarmee een leerling komt onafhankelijk is van wat anderen daarvan vinden, inclusief jijzelf als vertrouwenspersoon. Vertel dat de beleving van de leerling het uitgangspunt is voor het gesprek en dat zijn wensen verdere stappen, en dus ook jouw begeleiding, bepalen. De hamvraag aan de leerling is: wat moet er op school gebeuren zodat jij je (weer) veilig voelt?

Vertrouwen wekken

Als vertrouwenspersoon sta je altijd naast de klager. Daarom is het belangrijk altijd bij diens ervaring te blijven en daarbij aan te sluiten. Te allen tijde moet de leerling zich bij jou veilig voelen. De beleving en analyse van de leerling vormen het vertrekpunt. Wanneer iemand over een medeleerling of docent klaagt, zeg je nooit: ‘Ik weet zeker dat hij dat niet zo heeft bedoeld.’ Eigenlijk ben je het vertrouwen dan kwijt. Maar andersom, wanneer een leerling of student tegen je zegt ‘Dit is toch lhbt+-discriminatie?’, dan is ‘Ik vind eigenlijk ook niet dat dit kan’ geen passend antwoord. Door op deze manier te reageren, word je onderdeel van de klacht. Dat wil je uiteraard voorkomen. Het is de taak van de vertrouwenspersoon om binnen de school uit te stralen dat het niet uitmaakt wat jij ervan vindt.

Ook al ben je ervan overtuigd dat lhbt+-leerlingen niet gepest mogen worden, is dat niet iets dat je in een gesprek met een klager zegt. Zeg bijvoorbeeld wel: ‘Wat erg dat jij je zo voelt. Wat moet er gebeuren dat je je weer veilig voelt? Zullen we daar samen mee aan de slag gaan?’

Daarmee voorkom je ook dat een leerling tegen je collega zegt: ‘Maar de vertrouwenspersoon vond het ook erg wat je hebt gedaan’. Bescherm dus je positie.

Rolmodel

Rolmodellen zijn belangrijk. In de praktijk blijken gekleurde kinderen eerder bij een gekleurde vertrouwenspersoon aan te kloppen.

Homoseksuele vertrouwenspersonen ontvangen vaak meer klachten van lhbt+-jongeren dan hun heteroseksuele collega’s.

Ook mannelijke en vrouwelijke vertrouwenspersonen lijken eerder sekse-gelijke leerlingen te ontvangen. Dat is een gegeven: kinderen en jongeren verwachten dat iemand van gelijke sekse of seksuele voorkeur meer begrip toont en minder veroordelend is. Bovendien heeft dit te maken met gegroeide sensibiliteit aan de kant van de vertrouwenspersoon. Een vertrouwenspersoon die vroeger gepest is, is gevoeliger voor het observeren van pestgedrag. Zo kan een lhbt+-vertrouwenspersoon een antenne hebben voor situaties waarin leerlingen worden lastig gevallen vanwege hun genderidentiteit, genderexpressie of seksuele voorkeur.

Pas op: het kan ook een valkuil zijn, omdat de vertrouwenspersoon denkt te weten hoe de ander zich voelt en dingen ervaart. Ieder mens voelt en ervaart dingen op zijn eigen manier en het is aan de vertrouwenspersoon om daar onbevooroordeeld naar te luisteren. Geen enkele school heeft natuurlijk de luxe om al deze ‘vruchtbare kwetsbaarheden’ in één vertrouwenspersoon terug te kunnen vinden. Wees je hiervan bewust. Zo kun je je kwetsbaar opstellen ten opzichte van je blinde vlekken of de ervaring die je mist. Om een goede basis te leggen, is training van belang.

Reikwijdte van de taak

De vertrouwenspersoon is er voor de klager en kijkt wat deze nodig heeft. Die is er niet om de feitelijke toedracht te onderzoeken of het probleem op te lossen, maar focust zich op het terugvinden van veiligheid. De vertrouwenspersoon ondersteunt de klager bij de zoektocht: welke weg leidt tot veiligheid en wat heb ik nodig om die weg te kunnen bewandelen?Als lhbt+-leerlingen een klacht hebben, zal de vertrouwenspersoon hen begeleiden in de klachtenprocedure.

Soms worstelen leerlingen met hun seksuele identiteit, zonder zich onveilig te voelen of een klacht te hebben. In die gevallen is de vertrouwenspersoon een wegwijzer, die moet weten wie binnen de school ‘specialist’ is op dit gebied.

De vertrouwenspersoon is het loket waar tenminste kennis aanwezig moet zijn naar wie de leerling doorgeleid kan worden binnen de school. Twee dingen zijn daarbij belangrijk:

  1. Besef dat je als vertrouwenspersoon nooit de specialist kunt zijn op ieder terrein. Daarmee voorkom je dat dingen fout gaan. Denk bijvoorbeeld aan specifieke gevoeligheden die een rol kunnen spelen bij een coming-out.
  2. Je kunt geen ‘zakelijk verwijzer’ zijn.  Je bent het voorbeeld voor degene die de leerling na jou overneemt. Boezem jij vertrouwen in, dan voelt de leerling zich gesterkt om naar de volgende persoon te gaan. Een begripvolle én belangstellende basishouding is net zo belangrijk als een warme overdracht.

Het is de verantwoordelijkheid van de directie om de specialismen binnen de school goed te organiseren (zie daarvoor de leidraad voor vertrouwenswerk). Ook lhbt+-leerlingen geven aan dat ze een lhbt+-specialist op school wensen.

Samenvattend

  • Zorg dat je weet hoeveel tijd en ruimte je hebt voor de uitvoering van je taken. Ga in gesprek met de schoolleiding en agendeer ook onveiligheid voor lhbti+ ‘ers.
  • Wees zichtbaar voor leerlingen en geef voorlichting over waarvoor ze bij jou terecht kunnen. Benoem daarbij expliciet lhbti+ voorbeelden.
  • Wek vertrouwen. Sta naast de klager en sluit aan bij diens ervaring. Spreek in gesprekken nooit uit wat jouw eigen mening is over het gedrag/de situatie/klacht.
  • Komt een leerling bij jou als vertrouwenspersoon met een vraag die raakt aan de ontwikkeling van zijn seksuele identiteit, verwijs dan door naar de mentor, de zorgcoördinator of – indien aanwezig – een lhbt+-specialist.
  • Komt een leerling met een klacht over grensoverschrijdend gedrag bij jou, dan begeleid je de leerling. De oorzaak van onveiligheid doet er voor jou niet toe, het gaat in jouw functie als vertrouwenspersoon om het begeleiden van de leerling in de klachtenprocedure.
  • Je hoeft geen lhbt+-specialist of deskundige in de lhbt+-wereld te zijn. Je komt vanzelf meer te weten in het begeleidingsproces.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Giti Ban en Frank Brouwer, (externe) vertrouwenspersonen en trainers voor vertrouwenspersonen bij Stichting School & Veiligheid.


Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.