gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

po/voonderzoek

2015 | Jongeren zijn de laatste jaren iets positiever tegenover homoseksualiteit gaan staan. Toch is de situatie van lhbti+-jongeren duidelijk negatiever dan van hetero leeftijdgenoten. Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

Geen vrienden met homo

Volgens het onderzoeksrapport ‘Jongeren en seksuele oriëntatie, Ervaringen van en opvattingen over lesbische, homoseksuele, biseksuele en heteroseksuele jongeren’ van het SCP ligt het welzijn van lhbti+-leerlingen beduidend lager dan van de heterojongeren. Nederlandse jongeren staan tegenover sommige lhbti+-zaken positief, maar tegenover andere wat negatiever.

Een derde van de basisschoolleerlingen en een kwart van de vo-leerlingen geeft aan dat lhbti+-jongeren geen vrienden kunnen zijn. Ze vinden zoenende homo’s vaak vies.

Ook geven veel leerlingen aan dat als je op hun school homo bent, je dat beter niet aan iedereen kunt vertellen (23% denkt dat je dit niet kunt vertellen, 39% denkt dat je dat alleen aan vrienden kunt vertellen).

Vier keer vaker gepest

Lhbti+-leerlingen worden gemiddeld vaker gepest. De verhoogde niveaus van pesten onder lhbti+-leerlingen verklaren deels waarom ze meer psychosomatische, emotionele en gedragsproblemen hebben.

Het percentage lhbti+-leerlingen dat wekelijks wordt gepest, ligt met 16% vier keer zo hoog als onder heteroseksuele leerlingen (4%).

Het onderzoek ‘Jongeren en seksuele oriëntatie’ is een publicatie van het Centraal Cultureel Planbureau werd uitgevoerd door Dr. Lisette Kuyper in opdracht van het Ministerie van OCW.


 

Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.