gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

Een (lhbti+)leerling ondersteunen

VO

Een (lhbti+)leerling ondersteunen in het vo

Ik wil dat elke leerling zich gezien en gehoord voelt. Deze quote zullen alle leraren onderstrepen. Maar daarmee heb je dat nog niet geregeld. Want elke leerling zien en horen is een hele opgave. Als het lukt, kun je hiermee wel echt een verschil maken; zeker als je bewust rekening houdt met leerlingen die (mogelijk) lhbti+ zijn – én leerlingen die met dit onderwerp bezig zijn.

Vragen waar vo-leraren soms mee zitten, als het gaat over dit onderwerp:

  • Hoe doe je dat als een leerling twijfelt over diens seksuele oriëntatie?
  • Hoe kun je een leerling benaderen die niet lekker in diens vel zit – en jij vermoedt dat de leerling in de kast zit?
  • Wat doe je als iemands voorkeur thuis niet wordt geaccepteerd of erger?
  • Hoe bied je een trans leerling een veilige omgeving?
  • Hoe pik je de signalen op van pesten, intimidatie en agressie naar lhbti+-leerlingen?

Voor leerlingen is het in ieder geval van belang dat zij steun ontvangen, want dat kan het gevoel van minderheidsstressMinderheidsstress: is de extra stress die mensen ervaren vanwege hun minderheidsstatus. Lhbti-personen die veel minderheidsstress ervaren hebben een slechtere psychische gezondheid.

Bron: website Movisie verlagen. ‘Jezelf laten zien’ kan de drempel van de leerling verlagen om met jou in gesprek te gaan. Maar hoe doe je dat: jezelf laten zien – jij als leraar? En hoe kom je tot zo’n gesprek, ook als je eigenlijk niet weet wat de gender- en seksuele oriëntatie van je leerling is?

Gendi-tips

  • 1. Laat zien dat je toegankelijk bent voor vragen over gender- en seksuele diversiteit

    Leerlingen in het voortgezet onderwijs onderzoeken de wereld en onderzoeken wie ze zelf zijn. Vragen die ze daarover kunnen hebben zijn: Wie ben ik seksueel? Met welke identiteit wil ik mezelf benoemen? Ben ik non-binair misschien? Hoe anders kan en wil ik zijn dan mijn omgeving van me verwacht? Moet ik uit de kast komen en zo ja wanneer? Moet ik het mijn ouders vertellen, wanneer en hoe? Nu ik uit de kast ben word ik nog steeds gepest; zal dit altijd zo blijven?

    Als leraar en mentor kun je laten zien dat je toegankelijk bent voor vragen over gender-, sekse- en seksuele diversiteit door bijvoorbeeld een poster op te hangen of door voorbeeldenVoorbeelden voor een paar lessen:
    Rekenen: Wat zijn de totale kosten van het vakantie-weekend van Ronald en Rashid? Economie: Doe de belastingaangifte voor het gezin van Imani en Stephania.
    Engels, Frans, Duits: Bekijk een film waarin een lhbti+-personage op een positieve manier wordt benaderd.
    op te nemen in je les, ook als je les hier niet over gaat. Juist die terloopse uitingen laten leerlingen weten dat het onderwerp op jouw radar staat. Dit zet een sociale norm neer en biedt openingen voor gesprek.

    Wanneer je het moeilijk vindt om hierover te praten is het belangrijk om je eigen grens aan te geven, maar tegelijkertijd je leerling te ondersteunen: Ik heb niet voldoende tijd om… / op school is de afspraak dat… / over dit onderwerp kun je praten met… / ik praat niet makkelijk over persoonlijke dingen, maar ik kan je begeleiden naar….

    Mocht een leerling tijdens de les (voor het eerst of opnieuw) uit de kast komen, geef dan zorgvuldige aandacht aan de ervaringen van deze leerling. Persoonlijke verhalen maken de sfeer veiliger en maken het lastig om iemand platweg te veroordelen. Iemand leren kennen is één van de beste manieren om stereotype beelden bij leeftijdsgenoten te verminderen. Laat het initiatief altijd bij de leerling zelf. Bescherm de leerling ook wanneer hij in de klas gedwongen wordt voor zijn seksuele voorkeur uit te komen of zijn verhaal hierover te vertellen.

    Lees voor meer informatie over het delen van verhalen de Gendi-tips over een veilig klassengesprek voeren, tip 5: ‘Wissel vooral verhalen en ervaringen uit (en geen meningen)’.

  • 2. Sluit aan bij de belevingswereld van je leerlingen

    Hoe ervaren je leerlingen hun eigen gender- en seksuele ontwikkeling? Het allerbelangrijkste is: neem de eigen woorden en zinnen van je leerlingen als uitgangspunt. Zoek aansluiting bij de belevingswereld van leerlingen, door een nieuwsgierige, geïnteresseerde houding t.a.v. wat hen bezighoudt als het gaat om relaties en gender.

    Een ander punt: de vergissing is gemakkelijk gemaakt om tegen je leerling te zeggen dat diversiteit geen probleem is, omdat jij zelf vindt dat het geen probleem mag zijn. Maar zelfs voor kinderen en jongeren in een accepterende omgeving kan het alsnog lastig zijn om ‘af te wijken’Zie bijvoorbeeld het boek Confettiregen van Splinter Chabot. . Bovendien worden lhbti+-kinderen niet in een lhbti+-gemeenschap geboren. Hun ontluikende gender- en seksuele identiteit is niet meteen zichtbaar, ze hebben altijd de taak zich te emanciperen. Regelmatig kunnen ze zich afvragen of ze wel geaccepteerd worden. Erken de mogelijkheid van die struggle.

    Voor zorgprofessionals, ook binnen de school, is een e-learning ontwikkeld die je helpt bij het vaardig worden in het stellen van goede vragen. Deze is natuurlijk ook interessant voor mentoren. 

  • 3. Luister zonder oordeel en wees voorzichtig met advies

    Leg voor jezelf de nadruk op luisteren. Stel vragen als: ‘Hoe is … voor je?’, ‘Hoe ga je om met …?’ Wanneer je luistert zonder oordeel, laat je zien dat je je leerling respecteert. Zet je eigen nieuwsgierigheid opzij en stel vooral vragen die relevant zijn voor je leerling. Het is ook belangrijk om je leerling te respecteren als diegene niet over persoonlijke dingen wil praten. Laat dan wel ruimte om met iemand anders te praten.

    Wees voorzichtig met adviezen. Als je als leerling onzeker bent, kunnen adviezen overkomen als verwijt. Laat de regie bij de leerling. Vraag naar oplossingen die de leerling zelf aandraagt. ‘Wat zou je willen dat ik wel/niet doe?’ Als dat moeilijk is, analyseer dan de situatie en geef verschillende mogelijke oplossingen in overweging. Wanneer dit niet goed valt, kun je besluiten om vooral begrip te tonen en de leerling emotioneel te ondersteunen.

  • 4. Neem een leerling voor persoonlijke vragen apart, anders kan het onveilig voelen

    Heeft een leerling vragen die te ver voeren voor een klassikaal gesprek, bied dan aan om er buiten de les één op één over verder te praten. Meteen een mooie kans om tegen alle leerlingen te zeggen dat ze bij je langs mogen komen als ze ergens één op één over willen praten.

    Je kunt ook het klassikale gesprek stoppen en op een ander moment bepaalde leerlingen één op één hierover aanspreken. Dat kan de leerling zijn die persoonlijke vragen had of een leerling die (non-verbaal) ongemak uitstraalde tijdens de betreffende les. Je kunt vragen hoe de les voor hem/haar was. Je kunt vragen of de leerling behoefte heeft aan een gesprek. Of je vraagt alleen hoe het gaat. Herhaal de vraag die de leerling had of benoem het gedrag dat jij interpreteerde als ongemak; en laat het aan de leerling over om hier iets over te zeggen. Ga niet vissen of graven. Zeg wat je voelt. En laat merken dat je het belangrijk vindt dat de leerling zich goed voelt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld zeggen dat je je zorgen maakt.

  • 5. Begin zo nodig indirect over gender- en seksuele diversiteit

    Van sommige identiteitskenmerken is het vanzelfsprekend en duidelijk dat ze in de klas vertegenwoordigd zijn. Huidskleur, religie of sociaaleconomische herkomst. Bij genderidentiteit of seksuele voorkeur is dat niet zo. Dat maakt dat lhbt-leerlingen eerder zullen willen aftasten of de sfeer veilig genoeg is om erover te praten of om voor hun voorkeur te uiten.

    Als je indruk hebt dat een leerling over gender- en seksuele diversiteit wil praten, maar dit nog niet op zichzelf wil betrekken, geef dan aan dat je er bekend mee bent en bereid bent om hierover te praten. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb wel eens een leerling meegemaakt die lesbisch was en die iets vergelijkbaars meemaakte…’.

  • 6. Laat het aan de leerling wanneer en hoe deze uit de kast komt

    Lhbti+-leerlingen zijn vaak niet zichtbaar in hun identiteit. Daarom kunnen ze zich onzeker voelen over hoe een coming-out zal overkomen. In de praktijk blijken ze hun coming-out vaak uit te stellen tot ze op het hoger onderwijs zitten. Enerzijds kan een coming-out op het vo meevallen en zorgen voor een doorbraak in het welbevinden van de leerling. Maar soms worden leerlingen na hun coming-out nog steeds of juist gepest of blijven ze eenzaam op school. Dit wetende is het belangrijk om samen mét de leerling, én volgend op diens wensen en behoeften, te blijven bespreken op welke manier zij/hij zich veilig voelt.

    Een coming-out is nooit een doel op zich. Daarmee is het ook niet iets waar je als leraar op aanstuurt (onder het mom van: ‘dat kan hier toch gewoon’). Belangrijker is dat leerlingen oké zijn/worden met zichzelf. Dat leerlingen zelf bepalen hoe hun levens eruit zien, is belangrijker dan dat zij tegen de wereld zeggen hoe hun seksualiteit en gender precies zijn.

    Lhbti-leerlingen die ‘uit de kast zijn’, zijn dat nooit in een keer tegelijk bij iedereen. Lhbti-personen zullen hun leven lang voortdurend keuzes moeten maken bij wie en op welk moment ze bij bepaalde personen of groepen voor hun genderidentiteit of seksuele voorkeur willen uitkomen, of niet. Dat kán een individuele worsteling zijn, ook als (een groot deel van) de omgeving accepterend is. Dit wetend is het des te belangrijker om als leraar een houding hebben van onvoorwaardelijke acceptatie en van niet-problematiseren.

    Mocht een leerling tijdens de les (voor het eerst of opnieuw) uit de kast komen of vertellen over intersekse, geef dan zorgvuldige aandacht aan de ervaringen van deze leerling. Persoonlijke verhalen maken de sfeer veiliger en maken het lastiger om iemand platweg te veroordelen. Iemand leren kennen is één van de beste manieren om stereotype beelden bij leeftijdsgenoten te verminderen.

    Soms besluit een leerling een andere naam te gaan gebruiken. Ook kan het zijn dat iemand met een ander geslacht of non-binair benaderd wenst te worden. Overleg dan met deze leerling hoe dit kan worden geïntroduceerd in de groep.

  • 7. Probeer op de hoogte te blijven van de specifieke zorgen van lhbti+-leerlingen

    Leerlingen proberen soms om hun vragen of twijfels over zichzelf via een omweg aan jou kenbaar te maken (ook als ze al zichtbaar uit de kast zijn). Soms doen ze dat door er omheen te draaien, soms door een vriend of vriendin als casus op te voeren. Geef hen die ruimte. Maar verhul zelf het onderwerp niet. Er is een gratis e-learning die je helpt bij het vaardig worden met het stellen van goede vragen. Heb je vertrouwen opgebouwd met een leerling, dan zou je eens kunnen vragen tot wie zij of hij zich aangetrokken voelt in een 1-op-1 gesprek. 

    Als zorgprofessional binnen de school heb je meer kennis van wat er onder leerlingen speelt. Er kunnen meer signalen bij je binnenkomen over stress bij lhbti+-leerlingen of over onveilige situaties waarin ze zijn terechtgekomen. Met die kennis kun je iets doen om de sociale veiligheid op school te verbeteren. Samen met cijfers van de monitoring van de veiligheidsbeleving zijn ze aanleiding om met het management of team te overleggen hoe het beleid kan worden aangepast. Lees meer Gendi-tips over het werken aan een positieve schoolcultuur. 

  • 8. Weet waar & hoe leerlingen extra ondersteuning kunnen krijgen

    Vraag of je leerling behoefte heeft aan tips voor hulp. Of stel voor om samen hulp te zoeken. Vraag bijvoorbeeld eens wie (of wat) de leerling mogelijk tot steun kan zijn.

    Toon interesse hoe je tot steun kan zijn in relatie tot de thuisomgeving

    Soms ervaren jongeren de schoolomgeving als veiliger dan thuis om zichzelf te kunnen zijn. Voor je leerling kan dit het moment zijn om in de context van de school een andere ontwikkeling te volgen dan waarmee men thuis voor de dag komt. Extra zwaar is het voor je leerlingen wanneer ze zowel thuis als op school onveiligheid ervaren. Belangrijker dan het zoeken naar allerlei oorzaken, is om goed naar je leerling te luisteren en door te vragen welke steun diegene van jou nodig heeft. Je hoeft geen individueel, bewust en diepgravend onderzoek te doen (hierdoor zullen veel leerlingen ‘dichtklappen’). Kleine hints waaraan de leerling merkt dat hij bij jou terecht kan, kunnen een grote steun zijn. Een kleine hint is al een knipoog, een knikje of een hand op de schouder. Houd hierbij goed de grenzen van de leerling in de gaten. Meer Gendi-tips over contact met ouders? Lees hier verder.

    Toon interesse in welke steun de leerling heeft van vrienden

    Lhbti+-jongeren groeperen zich minder gemakkelijk dan bijvoorbeeld leerlingen met eenzelfde culturele achtergrond, gender of sociaalgeografische herkomst, omdat ze minder zichtbaar zijn. Soms zijn ze uit de kast bij één of meer goede of intieme vrienden. Dat betekent veel voor hen. Nog meer steun in hun ontwikkeling en een gevoel van veiligheid biedt het hen wanneer ze zich op school bij een groep van gelijkgestemden zouden kunnen aansluiten, zoals een Gender & Sexuality Alliance (GSA).

    Wees op de hoogte van de zorgroute binnen de school

    Zorg dat je zelf helder hebt waar leerlingen met welke begeleidingsvragen terecht kunnen. School & Veiligheid positioneert de vertrouwenspersoon als een ‘loket’ dat leerlingen kan doorverwijzen naar andere personen binnen de school voor verdere zorg. Als jij merkt dat een leerling de vertrouwenspersoon niet uit zichzelf weet te vinden, kun jij deze leerling daar op wijzen.

    Op onze pagina’s met links vind je diverse websites van organisaties die zich op allerlei manieren bezighouden met lhbti+ en waar je als schoolmedewerker mogelijk ook hulp of informatie kunt vinden. Deze organisaties kunnen bijvoorbeeld weten welke zorgverleners sensitief zijn voor lhbti+-specifieke achtergronden en welke lhbti+-leeftijdsgroepen er op dat moment geschikt zijn voor jongeren.

  • 9. Bespreek – indien nodig – intern wat er onder leerlingen speelt

    Soms is het goed om als leraar contact te zoeken met de mentor van een leerling of met de zorgcoördinator of de vertrouwenspersoon. Maar het begint erbij dat jij als leraar bepaalde (ernstige) signalen kunt waarnemen van pesten, agressie, geweld en intimidatie. Het is goed om je te realiseren dat deze signalen soms te maken hebben met onzekerheid over de seksuele voorkeur, met een openlijke homoseksuele voorkeur of met ‘gender niet-conform gedrag’. Het is belangrijk dit te weten, omdat je pas dan kunt zien wanneer hier sprake van is.

    Een mentor is soms de eerste schakel; soms als docent van de leerling of via een waarneming van een andere leraar. Als je als mentor vragen hebt rond identiteitsontwikkeling of transitie zou je bij de zorgcoördinator terechtkunnen. Een ander ‘loket’ met wie je kunt bespreken wat er onder leerlingen speelt aan (ongewenst) gedrag speelt, is de vertrouwenspersoon. Deze is ook verantwoordelijk om naar aanleiding van signalen en klachten beleidsadviezen te geven. Soms zijn de taken op school weer anders georganiseerd. Breng jezelf daarvan op de hoogte.

Lesmaterialen

Coming In

po/vo/mboe-learning

In deze e-learning van Movisie leer je effectiever en sensitiever hulp te verlenen aan biculturele LHBT’s. Je leert over do’s en dont’s, oefent met praktisch casussen en krijgt achtergrondinformatie.

Ondersteuning transgender leerlingen

po/vo/mbo

Een aantal organisaties geeft ondersteuning aan de scholen van trans leerlingen. Een gastles of deskundigheidsbevordering van het team kan daar onderdeel van zijn.

Kennis & inspiratie

Hoe ondersteun je jongeren met lhbti+ gevoelens?

handreikingvo/mbo

2016 | Het hoeft voor jou als leerkracht niet moeilijk te zijn om aandacht te hebben voor lhbti+-leerlingen. In de flyer van Movisie staan handige tips om deze kwetsbare jongeren te ondersteunen.

Kwetsbare LHBT-jongeren op school

po/vo/mbohandreiking

2015 | Deze factsheet van Movisie geeft leerlingbegeleiders en mentoren handvatten om leerlingen met lhbti+ gevoelens zo goed mogelijk te ondersteunen.

Ik wou dat ik dood was

po/vo/mbohandreiking

2012 | 10 vragen en heldere antwoorden over suïcidaal gedrag onder lhbti+ jongeren geven jou als onderwijsprofessionals informatie over hoe je deze jongeren kunt helpen.

Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.