gender- en seksuele diversiteit in het onderwijs

Samenwerken met je collega's

PO

Samenwerken met je collega’s (po)

Zelf zie je het wel zitten om een les te geven, een klassengesprek te voeren over gender- en seksuele diversiteit of te zeggen dat het niet oké is wanneer er ‘homo’ wordt geroepen. Maar je weet dat het zoveel beter voor je leerlingen is wanneer alle collega’s daar aan werken. Hoe denken zij er eigenlijk over?

Het kan ongemakkelijk voelen om tijd, lef en een veilige manier te vinden om met elkaar in gesprek te gaan wanneer je bijvoorbeeld bent vastgelopen in een klassengesprek, niet weet hoe je moet omgaan met het homoschelden of hoe je meer veiligheid en vertrouwen kan geven aan leerlingen die in de kast zitten of leerlingen die moeite hebben met gender- en seksuele diversiteit. Maar ook al voelt het ongemakkelijk om dit aan te kaarten; je wilt er ook niet (meer) alleen voor staan. En hoe voel je je veilig genoeg om dit onderwerp te bespreken met je collega’s?

Gendi-tips

  • 1. Bespreek met je teamleider wat jouw rol kan zijn en waar je steun van collega’s nodig hebt.

    Je bent gemotiveerd om aan de slag te gaan met gender- en seksuele diversiteit bij jullie op school, maar jij kunt niet alles alleen. Geef je teamleider de tip om onze handreiking ‘Waar begin je?’ te gebruiken voor een teamgesprek. Mocht het voor de schoolleider lastig zijn overtuigd te raken, dan zou je kunnen zeggen dat ruimte voor gender- en seksuele diversiteit op school een goede graadmeter is voor hoe veilig het op school is. Dat uitgangspunt stimuleert werken aan een inclusief schoolklimaat meer dan de gedachte: ‘Wanneer je iedereen gelijk behandelt, komt het voor iedereen vanzelf goed’.

  • 2. Probeer niet te overtuigen, grijp de behoefte van je collega’s aan

    Soms begint de aandacht en het gevoel van urgentie bij jezelf, omdat je zelf lhbti+ bent of omdat de veiligheid van lhbti+-leerlingen of leerlingen met ouders van dezelfde sekse je aan het hart gaat. Een professionele houding betekent dat de aandacht niet alleen bij jou vandaan mag komen. Een risico kan zijn dat je collega’s dat gaan zien als je persoonlijke hobby.

    De motivatie van je collega’s om ook aandacht te willen besteden aan gender- en seksuele diversiteit kan verschillend zijn. Maar wanneer je eerlijk bent over de redenen dat jij dit belangrijk vindt, zal je vast meer collega’s geïnteresseerd krijgen voor deze thema’s. Kijk voor concrete aanleidingen om daadwerkelijke met elkaar te praten over gender- en seksuele diversiteit bij tip 1.

  • 3. Help je collega’s met concrete werkvormen, tips over lesgeven en het uitwisselen van praktijkvoorbeelden

    Benadruk dat je veel kunt bereiken met kleine acties in of rond de klas. Denk aan het ophangen van een poster, het gebruiken van niet-stereotyperende voorbeelden en terloopse opmerkingen waarin je je positief uitlaat over gender- en seksuele diversiteit.

    Samenvattend is een combinatie van luisteren, doorvragen, en het laten merken van je eigen betrokkenheid bij het welzijn van leerlingen de beste manier om het thema geregeld te agenderen in een teamoverleg. Verken hoe je elkaar kunt aanvullen.

  • 4. Bespreek met collega’s: hoe komt dit thema in jouw klas terug?

    Bespreek regelmatig met elkaar hoe de lessen verlopen. Veiligheid omtrent gender- en seksuele diversiteit blijkt alleen in de praktijk en vraagt daarom voortdurende aandacht. Je zou als team een repertoire willen ontwikkelen om die veiligheid te bevorderen. Een onderwerp als dit vraagt soms wat meer lef en pro activiteit. Vraag eens aan je collega’s hoe zij omgaan met bepaalde opmerkingen van leerlingen. Gebruik je eigen ervaringen en opmerkingen die je in jouw klas hebt gehoord om dit gesprek te starten. Je kunt op deze manieren goede praktijken met elkaar delen en elkaar ondersteunen waar het moeilijk wordt.

    Sommige scholen bieden ook ruimte aan alle leraren om zo nu en dan een les van elkaar bij te wonen en met elkaar mee te kijken. Om inspiratie op te doen, of om elkaar verder te kunnen helpen middels peerfeedback. Tip: Spreek met elkaar af om een keer een les over gender en seksuele diversiteit bij elkaar te volgen.

  • 5. Bespreek hoe je collega’s zich voelen en handelen bij onveilige signalen

    Een onveilige situatie in de klas heeft impact op leerlingen en leraren. Wanneer je merkt dat een leerling zich onveilig voelt, wanneer de veiligheid van de hele klas in het geding komt, of wanneer je zelf een onveilig gevoel hebt, kan het helpen om dit daarna met een collega te bespreken. Je kunt deze ervaring delen en vragen of je collega’s dit herkennen. Wat was het effect van de situatie bij hun? En hoe hebben zij dat opgelost? Door samen over deze ervaringen te spreken, kun je elkaar helpen.

    Het is voor jezelf veilig om eerst te peilen wie van je collega’s het belangrijk vindt om dit zo te bespreken. Vergeet ook jullie onderwijsondersteunende collega’s niet. Zij zijn de oren en ogen van de school. Neem hen zeker mee in deze gesprekken.

  • 6. Bespreek met collega’s: welke ondersteuning hebben we nodig?

    Wanneer je als team met vragen rondom gender- en seksuele diversiteit blijft zitten, is het belangrijk dat je hier ondersteuning bij zoekt. Er zijn verschillende mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld een Gezonde Schooladviseur vragen om advies rondom dit thema of contact opnemen met een organisatie die jullie kan ondersteunen. Als je streeft naar een structurele inbedding, ga dan in overleg met je teamleider. Kom tot een plan waarmee een werkgroepje van enthousiastelingen aan de slag kan om de aandacht voor seksuele en genderdiversiteit in de school en in het beleid te integreren. Voor meer tips hierover ga naar Gendi-tips voor een positieve schoolcultuur.

  • 7. Reflecteer met collega’s op normen en waarden

    Met elkaar reflecteren op je eigen normatieve opvattingen rondom gender- en seksuele diversiteit, is zinvol, maar niet altijd gemakkelijk. Zo dragen jullie gezamenlijk een boodschap uit naar jullie leerlingen. Hoe bepaalt dit jullie pedagogische taak voor leerlingen?

    Over seksualiteit, gender- en seksuele diversiteit lopen de meningen en emoties uiteen. Deze onderwerpen raken iedereen persoonlijk. De volgende vijf vragen kunnen je helpen om het daar met elkaar over te hebben:

    • Hoe draag je als team onderlinge openheid uit? Vraag je weleens uit betrokkenheid naar de date van je collega? Is er binnen het team genoeg vertrouwen om dat te kunnen vragen?
    • Hoe laat je aan je leerlingen merken dat het oké is dat jongens en meisjes even sensitief kunnen zijn, of dat jongens en meisjes even stoer kunnen zijn?
    • Hoe en wanneer kun je met leerlingen je eigen ervaringen delen over situaties die te maken hebben met gender- en seksuele diversiteit?
    • Hoe laat je zien dat je andere wensen en grenzen respecteert?
  • 8. Nodig een externe partij uit met het team in gesprek te gaan.

    Misschien ben jij erg gemotiveerd om jullie beleid te verbeteren, maar heerst in jouw school het motto ‘Wanneer je iedereen gelijk behandelt, komt het voor iedereen ook vanzelf goed’. Het nadeel van deze houding is dat daardoor onbedoeld een blinde vlek kan ontstaan voor hoe lhbti+-leerlingen of leerlingen met bijvoorbeeld ouders van dezelfde sekse hun diversiteit beleven en hoe veilig ze zich daarbij voelen op school. In zo’n geval kun je eens een externe partij uitnodigen die deze blinde vlek kan laten zien aan het team.

    Diverse partijen verzorgen intervisie, training of zelfs een theatervoorstelling voor onderwijsteams. Dit helpt om in de hectiek van alledag even te voelen waarom het belangrijk is om aan deze onderwerpen ruimte te geven. Een externe kan je ook helpen praktijkvoorbeelden uit te lichten die je zelf nog niet zo snel ziet.

Kennis & inspiratie

Willen jullie als po-team je samenwerkingsskills trainen? Wil je inspiratie opdoen hoe andere scholen dit aanpakken? Bekijk de artikelen die interessant zijn voor jou als po-leraar.

Gedragen Gedrag

po/vo/mboteamspel

2018 | Met je collega’s praten over gedragingen rond seksuele diversiteit. Met het teamspel Gedragen Gedrag kom je op een leuke manier tot gesprekken én tot afspraken en regels.

'Waar begin je?' - de teamtool

po/voposterteamtool

2018 | De poster en handreiking ‘Waar begin je?’ helpt onderwijsteams het thema seksuele diversiteit met meer gemak te benaderen en het gesprek met elkaar te voeren.

Lesmaterialen

Aan de slag kalender

tipskalendermomentenpo

De ‘Aan de slag kalender’ van Gendi maakt het makkelijk om momenten te vinden waarop je aandacht kunt geven aan gender- en seksuele diversiteit op de basisschool.

Vragen over sociale veiligheid en lhbti+ op school?

Bel met de helpdesk van School & Veiligheid.